ECLI:NL:PHR:2006:AX5450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling bij diefstalveroordelingen politierechter Breda
De aanvrager is door de politierechter te Breda veroordeeld voor meerdere diefstallen gepleegd in 2003, waaronder veroordelingen tot voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraffen. De veroordelingen zijn onherroepelijk. In het herzieningsverzoek wordt gesteld dat sprake is van persoonsverwisseling, omdat de broer van de aanvrager zich voor hem heeft uitgegeven bij de politie en rechterlijke instanties.
Bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van getuigen, politieprocessen-verbaal en handtekeningvergelijkingen, wekken het ernstige vermoeden dat niet de aanvrager maar zijn broer de diefstallen heeft gepleegd. Dit vermoeden wordt ondersteund door verklaringen van getuigen die de aanvrager niet herkennen als de dader en door verklaringen van de vriendin van de aanvrager.
De politierechter heeft in een van de zaken het onderzoek geschorst na aanwijzingen van persoonsverwisseling, maar de aanvrager verscheen niet op de vervolgdatum, waarna hij alsnog werd veroordeeld. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de nieuwe verklaringen als nova moeten worden beschouwd en dat, indien deze bekend waren geweest, de politierechter waarschijnlijk tot vrijspraak zou zijn gekomen.
De Hoge Raad wordt verzocht het herzieningsverzoek gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van de veroordelingen op te schorten of te schorsen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof voor behandeling volgens artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.