ECLI:NL:PHR:2006:AX5381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verboden aanvulling feiten en overwerkvergoeding chauffeur bij luchtvaartmaatschappij
In deze arbeidsgeschilprocedure vordert een werknemer, werkzaam als chauffeur bij Biman Bangladesh Airlines, betaling van overuren over de periode 1995-2003. De kantonrechter kende hem grotendeels de gevorderde overwerkvergoeding toe, gebaseerd op zijn urenregistratie in logboeken. Het hof stelde echter vast dat de urenregistratie ook pauzes en woon-werkverkeer omvatte en trok daarom per dag 2,5 uur af, waardoor de vergoeding aanzienlijk werd verminderd.
De kern van het cassatieberoep betreft de vraag of het hof zich schuldig heeft gemaakt aan verboden feitenaanvulling door zonder debat woon-werkverkeer mee te rekenen als niet-werktijd. De Hoge Raad benadrukt het onderscheid tussen aanvulling van feiten (art. 149 Rv Pro) en aanvulling van de feitelijke grondslag (art. 24 Rv Pro). Het hof heeft feiten toegevoegd die niet ten processe zijn gebleken, namelijk de aftrek van woon-werkverkeer, zonder dit voldoende te motiveren als een feit van algemene bekendheid of ervaringsregel.
Verder bespreekt de Hoge Raad inconsistenties in het oordeel van het hof over het bewijs van werktijden en de berekening van het aantal overuren. De conclusie is dat het hof het beroep op art. 149 Rv Pro heeft geschonden door zonder voldoende motivering feiten aan te vullen en dat nader onderzoek door de feitenrechter nodig is. Het arrest wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader feitenonderzoek naar de aftrek van 2,5 uur per dag.