ECLI:NL:PHR:2006:AX1086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederland tot heffing over liquidatie-uitkeringen bij emigratie en verplaatsing werkelijke leiding vennootschap
De zaak betreft de vraag of Nederland bevoegd is inkomstenbelasting te heffen over liquidatie-uitkeringen die een natuurlijk persoon ontving van een besloten vennootschap waarvan de werkelijke leiding in 1996 naar België is verplaatst. De vennootschap keerde in 1996 en 1997 liquidatie-uitkeringen uit aan haar aandeelhouder, die inmiddels in België woonde.
Het hof oordeelde dat het materiële besluit tot liquidatie op 24 oktober 1996 was genomen toen de vennootschap nog in Nederland gevestigd was, en dat de latere verplaatsing van de werkelijke leiding naar België geen fiscale gevolgen had voor de liquidatie-uitkeringen. Het hof paste daarbij het leerstuk van fraus conventionis toe en stelde dat de liquidatie-uitkeringen Nederlandse broninkomsten waren.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof onjuist heeft geoordeeld over het heffingsmoment en de aard van de liquidatie-uitkeringen. Volgens hem zijn de liquidatie-uitkeringen genoten op het moment van betaling in 1996 en 1997, toen de vennootschap al in België gevestigd was, zodat Nederland zijn heffingsbevoegdheid verliest op grond van het belastingverdrag Nederland-België. Het leerstuk van fraus conventionis is in dit geval niet van toepassing omdat de verdragspartijen niet de bedoeling hadden tijdelijke verplaatsingen van de werkelijke leiding te negeren.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij het moment van verplaatsing van de werkelijke leiding bepalend zal zijn voor de heffingsbevoegdheid. De conclusie bevat tevens een uitgebreide beschouwing over de nationale wetgeving, verdragsrechtelijke aspecten, het begrip fraus conventionis en de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.