ECLI:NL:PHR:2006:AW2473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eis tot motivering van verweer in cassatieprocedure poging tot afpersing
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens poging tot afpersing tot een jeugddetentie van 136 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Namens verdachte is cassatie ingesteld met het middel dat het hof ten onrechte niet heeft gereageerd op een door een deskundigenrapport onderbouwd verweer.
Het deskundigenrapport van Prof. Dr. P.J. van Koppen, overgelegd in hoger beroep, werd aangevoerd om de betrouwbaarheid van de bekentenissen van verdachte aan te vechten. Echter blijkt uit het proces-verbaal en het bestreden arrest niet dat dit verweer uitdrukkelijk en feitelijk onderbouwd is ingebracht tijdens de terechtzitting of in een pleitnota.
De Hoge Raad stelt dat volgens artikel 359 lid 2 Sv Pro het hof slechts hoeft te motiveren indien het afwijkt van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. Omdat het verweer niet als zodanig is ingebracht, is het middel ongegrond. De Hoge Raad wijst er tevens op dat advocaten ervoor moeten zorgen dat verweren schriftelijk en feitelijk onderbouwd worden vastgelegd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het verweer niet uitdrukkelijk en feitelijk onderbouwd is ingebracht.