ECLI:NL:PHR:2006:AW0070
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij diefstalzaak
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een veroordeelde die stelt dat sprake is van persoonsverwisseling bij een diefstal gepleegd op 4 december 2001 bij V&D te Utrecht. De aanvrager werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, maar voerde aan dat zijn broer zich voor hem uitgaf en daardoor ten onrechte werd veroordeeld.
In het dossier zijn diverse onderzoeken en verklaringen opgenomen, waaronder een politieonderzoek naar persoonsverwisseling in meerdere zaken, een verklaring van een agent die een broer als verdachte herkende, en een schriftelijke verklaring van een huisarts dat de aanvrager nooit verslaafd was aan drugs. Verder is een verificatierapport over handtekeningen en detentiegegevens van de aanvrager en zijn broers onderzocht.
Ondanks de aanwijzingen dat mogelijk persoonsverwisseling heeft plaatsgevonden, concludeert de Hoge Raad dat de aangeleverde bewijzen onvoldoende steun bieden voor het vermoeden dat de veroordeling onterecht is. Het onderzoek naar de identiteit van de verdachte op de dag van de diefstal leverde geen sluitend bewijs op, en de detentiegegevens van de broers ondersteunen het vermoeden niet volledig.
De Hoge Raad oordeelt dat het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling niet voldoende is om de veroordeling te herzien en wijst het herzieningsverzoek af. Hiermee blijft de veroordeling van de aanvrager voor de diefstal van 4 december 2001 in stand.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.