ECLI:NL:HR:2006:AW0070
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs persoonsverwisseling bij diefstal
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens diefstal. Hij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van art. 457 Sv Pro, stellende dat hij het feit niet had begaan en dat een ander zich van zijn personalia had bediend.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond zou verklaren. De Hoge Raad beoordeelde echter dat de overgelegde stukken en ingewonnen berichten onvoldoende steun boden voor de stelling van persoonsverwisseling.
Daarmee ontbrak een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, die het ernstig vermoeden zou wekken dat het onderzoek bij bekendheid tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad wees de aanvraag tot herziening daarom af, conform art. 468 Sv Pro. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 30 mei 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs van persoonsverwisseling.