ECLI:NL:PHR:2006:AV6201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending recht op advocaat tijdens inverzekeringstelling
In deze zaak stond centraal of het feit dat verdachte tijdens zijn inverzekeringstelling niet werd bezocht door een raadsman, een schending van het recht op een behoorlijke procesorde opleverde die tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of bewijsuitsluiting moest leiden. Het hof had vastgesteld dat verdachte vrijwillig bij de politie was verschenen en direct een bekennende verklaring had afgelegd, en dat het ontbreken van advocatenbezoek het gerechtvaardigde rechtsbelang van verdachte niet had geschaad.
De verdediging voerde aan dat op grond van artikel 359a Sv en internationale normen zoals artikel 6 EVRM Pro en artikel 9 IVBPR Pro, het ontbreken van rechtsbijstand gedurende ruim twee dagen na inverzekeringstelling een schending van het recht op een eerlijk proces betekende. De Hoge Raad verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), met name de zaken Murray en Averill, waarin het belang van vroege toegang tot een advocaat werd benadrukt. Echter, de Hoge Raad stelde dat de Nederlandse situatie zich onderscheidt doordat verdachte zich vrijwillig meldde en direct bekende, en dat er geen sprake was van moedwillige belemmering door autoriteiten.
Het hof had bovendien vastgesteld dat de Raad voor de Rechtsbijstand op de hoogte was van de inverzekeringstelling en dat het ontbreken van advocatenbezoek te wijten was aan een communicatiestoornis. De Hoge Raad concludeerde dat het ontbreken van bezoek door een raadsman niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat daardoor het recht op een eerlijke behandeling is geschonden. Het middel faalde dan ook in alle onderdelen en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt verworpen; het ontbreken van bezoek door een raadsman tijdens inverzekeringstelling leidt niet tot niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting zonder aantoonbare schending van het recht op een eerlijk proces.