ECLI:NL:HR:2006:AV6201
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping niet-ontvankelijkheid en bewijsuitsluiting bij ontbreken raadsvriendelijk bezoek tijdens inverzekeringstelling
In deze strafzaak stond centraal of het ontbreken van een bezoek door een raadsman tijdens de inverzekeringstelling van de verdachte een schending van het recht op een goede verdediging opleverde die zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, bewijsuitsluiting of strafvermindering.
Het hof had geoordeeld dat, ook al was er sprake van een verzuim zoals bedoeld in art. 359a Sv, dit niet automatisch tot de genoemde sancties leidt. Dit oordeel werd onderbouwd met het ontbreken van aanwijzingen dat het verzuim de bewijsgaring of de verdediging van de verdachte nadelig had beïnvloed. De verdachte had vrijwillig een bekennende verklaring afgelegd die ongewijzigd bleef.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. De verdediging had niet aannemelijk gemaakt dat het verzuim de verdediging of het bewijs substantieel had geschaad. Het cassatieberoep werd dan ook verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het ontbreken van een bezoek door een raadsman tijdens inverzekeringstelling leidt niet tot niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting.