ECLI:NL:PHR:2006:AV6178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens belemmering ademanalyse zonder bevel tot medewerking
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld wegens het opzettelijk belemmeren en verijdelen van een door een opsporingsambtenaar ondernomen handeling ter uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk een ademanalyse. De verbalisant had verdachte gevraagd vrijwillig mee te gaan naar het politiebureau voor een ademanalyse, maar had hem geen bevel gegeven zoals vereist in artikel 163 lid 1 WVW Pro 1994. Verdachte ging vrijwillig mee, wachtte enige tijd, maar verliet vervolgens het bureau voordat het onderzoek kon worden uitgevoerd.
De Hoge Raad overweegt dat alleen een bestuurder aan wie een wettelijk bevel is gegeven om medewerking te verlenen aan een ademanalyse verplicht is daaraan gevolg te geven. Het enkele verzoek om medewerking en het vrijwillig meegaan schepten geen verplichting. De toepassing van artikel 184 Sr Pro op deze situatie zou het wettelijke stelsel van de Wegenverkeerswet doorkruisen door extra verplichtingen te creëren zonder een bevel.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat opsporingsambtenaren niet zonder wettelijke grondslag een bevel kunnen geven en dat het weglopen van een verdachte na een verzoek of bevel niet automatisch strafbaar is als belemmering van opsporingshandelingen. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug omdat geen wettelijk bevel tot medewerking aan de ademanalyse was gegeven.