ECLI:NL:PHR:2006:AV6036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over misgelopen provisie bij management buy-out van softwarebedrijf
In deze zaak staat een geschil tussen aandeelhouders van een software-consultancybedrijf centraal over een vermeende misgelopen provisie bij een management buy-out. EFGH c.s. vorderden betaling van provisie omdat zij meenden dat de overnameprijs van het bedrijf Screen door KSI hoger had kunnen zijn als zij de onderhandelingen hadden gevoerd. KSI werd door EFGH c.s. als overnamekandidaat aangedragen, maar de daadwerkelijke overname vond buiten hen om plaats tegen een lagere prijs dan zij hadden verwacht.
De rechtbank en het hof oordeelden dat niet aannemelijk was dat KSI bereid en in staat was om de door EFGH c.s. gestelde hogere prijs van f 25 miljoen te betalen. Het bewijsaanbod van EFGH c.s. richtte zich volgens het hof niet op deze kernvraag, maar slechts op de redelijkheid van de prijs. De Hoge Raad toetste dit oordeel op begrijpelijkheid en concludeerde dat het hof terecht het bewijsaanbod had gepasseerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van EFGH c.s. en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de vordering tot provisie niet toewijsbaar was zonder bewijs dat KSI de hogere prijs wilde en kon betalen. Dit arrest benadrukt het belang van voldoende bewijs voor de bereidheid en het vermogen van een koper bij provisiegeschillen in overnametransacties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot provisie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.