ECLI:NL:PHR:2006:AV0635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens stelselmatige wanbetaling en wangedrag
In deze zaak ging het om de opzegging van twee huurovereenkomsten voor woonruimte, gebaseerd op stelselmatige wanbetaling en wangedrag van de huurders. De verhuurder had de huur opgezegd wegens herhaalde te late betalingen en het onrechtmatig afschermen van gemeenschappelijke ruimtes. De huurders betwistten deze gronden en voerden aan dat zij zich als goede huurders hadden gedragen en dat de opzegging op valse gronden was gebaseerd.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomsten per 30 september 2002 eindigden en veroordeelde de huurders tot ontruiming. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de huurders meerdere maanden huur te laat hadden betaald, inclusief niet-betaalde huurverhogingen, en dat zij zonder recht gemeenschappelijke ruimten hadden afgescheiden. De huurders voerden in hoger beroep en cassatie diverse klachten aan, waaronder dat de opzegging misbruik van recht was en dat het woonbelang onvoldoende was meegewogen.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had terecht geoordeeld dat de structurele wanbetaling en het wangedrag voldoende zwaarwegende redenen vormden voor beëindiging van de huurovereenkomsten. Het motief van de verhuurder was niet relevant zolang er een redelijk belang bestond. Ook het beroep op misbruik van recht faalde omdat niet was gesteld dat de verhuurder de onevenredigheid kende of behoorde te kennen. De klachten over de huurachterstanden en het gebruik van gemeenschappelijke ruimten werden onvoldoende gemotiveerd geacht. Het beroep werd verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de huurovereenkomsten wegens wanbetaling en wangedrag.