ECLI:NL:PHR:2006:AV0357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor wapenbezit
De aanvraagster werd op 28 mei 2004 door de Politierechter veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen op 6 februari 2004. Later bleek dat niet zij, maar haar tweelingbroer het feit had gepleegd. De dagvaarding was onjuist opgesteld en gericht aan de aanvraagster in plaats van aan haar broer, ondanks verschillende adresgegevens en voorletters.
De broer was op 6 februari 2004 aangehouden met een vuurwapen in de auto, maar werd later heengezonden. De aanvraagster verscheen niet op de zitting en werd veroordeeld op basis van bewijsmiddelen die betrekking hadden op haar broer. Het hof trok het appèl van de officier van justitie in wegens te late indiening, terwijl de broer later werd vrijgesproken omdat het bezit van een vuurwapen niet bewezen kon worden.
De Hoge Raad concludeert dat er sprake is van een ernstige persoonsverwisseling en dat, indien dit bekend was geweest, de aanvraagster vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.