ECLI:NL:PHR:2006:AU9240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en nakoming mondelinge overeenkomst over paardrijkosten
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van kinderalimentatie en de nakoming van een mondelinge afspraak waarbij de vader de kosten van de paardrijhobby van de dochters zou betalen. De vrouw verzocht om verhoging van de kinderalimentatie, mede vanwege de kosten van de paardrijhobby, nadat zij zonder overleg het paard had verplaatst naar een andere stal.
De rechtbank gaf gedeeltelijk gehoor aan het verzoek, maar het hof verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat er volgens het hof geen sprake was van gewijzigde omstandigheden zoals bedoeld in art. 1:401 BW Pro. De vrouw stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende duidelijk had gemotiveerd waarom het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard, aangezien de verzoekschriftprocedure juist geschikt is voor zowel wijziging van alimentatie als nakoming van alimentatieafspraken. Tevens stelde de Hoge Raad dat het staken van de betaling door de vader van de kosten van de paardrijhobby wel degelijk een wijziging van omstandigheden kan zijn die herziening van de alimentatieverplichting rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee werd bevestigd dat de vrouw niet onontvankelijk verklaard had mogen worden en dat de procedure correct had kunnen worden voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste procedure en beoordeling van wijziging van omstandigheden.