ECLI:NL:PHR:2006:AU8941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid van desaveu bij conclusie van eis zonder volmacht van procureur
In deze zaak staat centraal of het nemen van een conclusie van eis door een procureur zonder volmacht van de cliënt kan worden bestreden via een desaveu-procedure zoals geregeld in art. 263 en Pro 272 van het oude Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.). Eiseres stelde dat de procureur zonder haar opdracht een conclusie van eis met producties heeft ingediend, terwijl zij expliciet had verzocht dit niet te doen. De rechtbank en het hof verwierpen haar vorderingen en oordeelden dat de conclusie van eis een gerechtelijke verrichting is, maar niet onder art. 263 Rv Pro. valt en dat art. 272 Rv Pro. niet van toepassing is omdat de procureur nog opdracht had.
Eiseres ging in cassatie tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigt dat de opsomming in art. 263 Rv Pro. limitatief en restrictief moet worden uitgelegd en dat het nemen van een conclusie van eis niet tot de te desavoueren handelingen behoort. Ook art. 272 Rv Pro. is niet van toepassing zolang de procureur nog een geldige opdracht had, ook al was die opdracht later ingetrokken. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die deze uitleg bevestigt.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatieberoep ongegrond is en dient te worden verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat de conclusie van eis door de procureur niet kan worden ontkend via de desaveu-procedure, ook niet als dit tegen de wil van de cliënt is gebeurd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.