ECLI:NL:PHR:2006:AU8327
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnis met arbitragebeding
In deze zaak staat centraal de vraag of hoger beroep tegen een tussenvonnis waarbij een exceptie van onbevoegdheid wegens arbitragebeding is verworpen, zonder verleend verlof, ontvankelijk kan zijn. Kintetsu was door Quantum c.s. gedagvaard voor schadevergoeding en betwistte de bevoegdheid van de rechtbank op grond van een arbitragebeding in de algemene voorwaarden. De rechtbank wees de exceptie van onbevoegdheid af in een tussenvonnis. Kintetsu ging hiertegen in hoger beroep, dat het hof ontvankelijk verklaarde ondanks de hoofdregel van art. 337 lid 2 Rv Pro dat hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts tegelijk met het eindvonnis kan worden ingesteld.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte afweek van deze hoofdregel zonder dat de rechtbank verlof tot tussentijds hoger beroep had verleend. Het hof had Kintetsu in haar hoger beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren. Dit is een regel van openbare orde die ambtshalve moet worden toegepast. Desondanks faalt het middel wegens gebrek aan belang, omdat Kintetsu in het hoger beroep de door haar gevraagde ontvankelijkheid heeft verkregen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de proceskostenveroordeling door deze te baseren op het gevorderde bedrag in de hoofdzaak, terwijl de rechtsstrijd in hoger beroep zich beperkte tot het bevoegdheidsincident. De zaak wordt daarom terugverwezen voor een juiste beslissing over de proceskosten.
Uitkomst: Het hof heeft ten onrechte Kintetsu ontvankelijk verklaard in hoger beroep zonder verleend verlof, maar dit gebrek aan belang leidt niet tot vernietiging; proceskostenbeslissing wordt vernietigd en terugverwezen.