ECLI:NL:PHR:2006:AU8176
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij niet-vloeistofdichte betonvloer ondanks mogelijke fouten schuldeiser
Eiseres, een bedrijfsvloerenlegger, voerde in opdracht van Ballast Nedam een betonverharding uit die niet vloeistofdicht bleek te zijn en scheuren vertoonde. Ballast Nedam betaalde de eindfactuur niet en vorderde herstel en schadevergoeding. De rechtbank wees de vordering van eiseres af en veroordeelde haar tot herstel.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat eiseres aansprakelijk was voor het niet behaalde resultaat, ongeacht de oorzaak, en wees mogelijke fouten van Ballast Nedam of derden af als reden voor aansprakelijkheid. Eiseres stelde cassatie in tegen deze uitleg.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te stellen dat bij een resultaatsverbintenis de schuldenaar altijd toerekenbaar tekortschiet als het resultaat niet wordt bereikt, ook als de oorzaak aan de schuldeiser kan worden toegerekend (zoals schuldeisersverzuim). Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling, waarbij de mogelijkheid van schuldeisersverzuim in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling waarbij rekening wordt gehouden met mogelijke fouten van de schuldeiser.