ECLI:NL:PHR:2006:AU8082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens gewoonte van kopen en verbergen van door misdrijf verkregen auto’s op Sint Maarten
Verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeeld tot drie jaar en negen maanden gevangenisstraf wegens het maken van een gewoonte van het opzettelijk kopen en verbergen van door misdrijf verkregen auto’s op het Antilliaanse gedeelte van Sint Maarten, en deelname aan een criminele vereniging.
De Hoge Raad behandelde drie cassatiemiddelen van de verdediging. Het eerste middel betrof de bewezenverklaring omtrent het verbergen van gestolen auto’s, waarbij werd aangevoerd dat de bewijsmiddelen niet duidelijk maakten dat de verdachte daadwerkelijk gestolen auto’s verborgen hield. De Hoge Raad oordeelde dat een deel van de bewezenverklaring een kennelijke vergissing bevatte, maar dat deze kon worden hersteld zonder de aard en ernst van het bewezenverklaarde aan te tasten.
Het tweede middel betrof de kwalificatie van de feiten als meerdaadse samenloop. De Hoge Raad verwierp dit middel omdat de betrokken wetsartikelen verschillende rechtsgevolgen en strekking hebben, waardoor meerdaadse samenloop terecht werd aangenomen.
Het derde middel klaagde dat medeplegen niet expliciet was genoemd in de bewezenverklaring. De Hoge Raad stelde vast dat medeplegen wel was bewezen en dat de uitspraak dienovereenkomstig kon worden verbeterd. Het beroep werd uiteindelijk verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot drie jaar en negen maanden gevangenisstraf wegens gewoonte van kopen en verbergen van gestolen auto’s.