ECLI:NL:PHR:2006:AU6096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststellingsovereenkomst en peildatum bij waardering onroerende zaken in nalatenschapsverdeling
Deze zaak betreft een langdurig geschil over de verdeling van een nalatenschap, waarbij de kernvraag is welke peildatum geldt voor de waardering van onroerende zaken. Partijen sloten tijdens een comparitie in 1994 een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen dat de peildatum in 1995 zou liggen. De waarde van de onroerende zaken werd door een deskundige vastgesteld op 18 september 1995, uitgaande van de agrarische bestemming.
Later ontstond discussie over een bestemmingsplan dat eind 1996 in voorbereiding was en mogelijk de waarde van de onroerende zaken zou verhogen. Verweerders stelden dat dit aanleiding gaf tot herwaardering vanwege onvoorziene omstandigheden, terwijl eisers zich beroept op de vaststellingsovereenkomst die herwaardering uitsluit.
Het hof oordeelde dat partijen in beginsel gebonden zijn aan de waarde per 1995, tenzij de wijziging van bestemming niet redelijkerwijs voorzienbaar was. De Hoge Raad bevestigt dat de vaststellingsovereenkomst bindend is en dat het hof de juiste maatstaf hanteerde door te toetsen of de bestemmingswijziging in 1995 redelijkerwijs voorzienbaar was.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het niet slaagt in het aantonen van een schending van het recht of een onjuiste toepassing van de maatstaf. Ook het incidentele beroep wordt verworpen wegens gebrek aan belang. De Hoge Raad benadrukt dat de vaststellingsovereenkomst en de peildatum niet zomaar kunnen worden gewijzigd door latere ontwikkelingen die redelijkerwijs voorzienbaar waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en partijen blijven gebonden aan de vaststellingsovereenkomst met peildatum 1995.