ECLI:NL:PHR:2006:AU6093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor longkanker door asbestblootstelling ondanks onbekendheid met directe causaliteit
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van Eternit, een asbestverwerkend bedrijf, centraal. De werknemer, een asbestmenger, overleed in 1984 aan longkanker zonder voorafgaande asbestose. De weduwe vordert schadevergoeding op grond van art. 7:658 BW Pro wegens tekortschieten van de werkgever in de zorgplicht.
De feiten tonen aan dat de werknemer van 1961 tot 1975 blootgesteld was aan aanzienlijke hoeveelheden asbestvezels tijdens zijn werkzaamheden, waarbij weinig tot geen beschermende maatregelen werden getroffen. Een deskundige schatte de kans dat de longkanker door asbestblootstelling werd veroorzaakt op 63,5%. Eternit betwistte dit en voerde aan dat longkanker ook zonder asbestblootstelling kan ontstaan en dat zij voldoende veiligheidsmaatregelen had genomen.
De rechtbank en het hof stelden vast dat Eternit tekort was geschoten in het treffen van veiligheidsmaatregelen en dat de asbestblootstelling substantieel risicoverhogend was. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en benadrukt dat de werkgever aansprakelijk is als hij niet de vereiste veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, ook als het gevaar toen niet volledig bekend was. Het beroep van Eternit wordt verworpen, waarbij de kansaansprakelijkheid van 63,5% wordt gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van Eternit voor 63,5% van de schade wegens tekortschieten in veiligheidsmaatregelen.