ECLI:NL:PHR:2006:AR6513
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van omkering van de bewijslast bij fiscale meewerkverplichtingen en administratieplicht
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak over een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens vermeende niet-naleving van fiscale meewerkverplichtingen, waaronder het niet tijdig verstrekken van administratie en het niet verschijnen op een eindgesprek.
De inspecteur had na een langdurig boekenonderzoek meerdere keren geprobeerd met de belanghebbende een eindgesprek te voeren, waarbij de belanghebbende eerst vooraf inzage in de voorlopige conclusies eiste. De inspecteur weigerde dit en stelde dat het niet gebruikelijk was voorlopige conclusies vooraf te delen. Uiteindelijk legde de inspecteur een naheffingsaanslag en boete op, mede gebaseerd op omkering van de bewijslast wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.
De belanghebbende voerde aan dat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld, in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van détournement de pouvoir, en dat de omkering van de bewijslast disproportioneel was. Ook werd betwist dat de administratieplicht was geschonden, omdat relevante specificaties bij een derde partij waren aangetroffen.
De Hoge Raad bevestigt dat de omkering van de bewijslast een wettelijke sanctie is bij niet-nakoming van fiscale meewerkverplichtingen, mits de schatting redelijk is en de belanghebbende de mogelijkheid heeft om tegenbewijs te leveren. De Raad benadrukt dat de inspecteur geen verplichting heeft om voorlopige conclusies vooraf te delen en dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet vereist dat de fiscus op voorhand al haar vragen bekendmaakt. Tevens wordt bevestigd dat de administratieplicht inhoudt dat relevante gegevens binnen redelijke termijn beschikbaar moeten zijn, ook als deze bij derden berusten.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van jurisprudentie, waaronder het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, over de grenzen van fiscale meewerkverplichtingen, het recht op een eerlijk proces, en de verhouding tussen fiscale en strafrechtelijke procedures. De Hoge Raad oordeelt dat de omkering van de bewijslast in dit geval niet in strijd is met het EVRM en dat de sanctie passend is gezien de omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de omkering van de bewijslast en de opgelegde naheffingsaanslag en boete wegens niet-nakoming van fiscale meewerkverplichtingen.