ECLI:NL:PHR:2005:AV2769
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verontreinigingsheffing bij lozing afvalwater via vijverstelsel op rijkswater
Het geschil betreft de verontreinigingsheffing rijkswateren opgelegd aan Waterschap De Maaskant over 2001. Het waterschap loost afvalwater via een vijverstelsel en helofytensysteem, waarna het gezuiverde water in een oppervlaktewater in beheer bij het waterschap terechtkomt, dat op zijn beurt in verbinding staat met rijkswater (de Maas).
Het Hof stelde vast dat het vijverstelsel als oppervlaktewater moet worden aangemerkt en vernietigde de aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het hoofd van het Bureau verontreinigingsheffing rijkswateren. De Minister ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat het vijverstelsel als oppervlaktewater kwalificeert vanwege het aanwezige ecosysteem en de verbinding met ander oppervlaktewater. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het vijverstelsel niet als zuiveringstechnisch werk kan worden aangemerkt, omdat deze begrippen elkaar uitsluiten.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de verontreinigingsheffing niet verschuldigd is voor stoffen die via een oppervlaktewater in beheer bij het waterschap worden geloosd op rijkswater, omdat de wetgever dit zo heeft bedoeld om dubbele heffing te voorkomen. Het beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Minister ongegrond en bevestigt dat het waterschap geen verontreinigingsheffing rijkswateren verschuldigd is voor lozing via het vijverstelsel op rijkswater.