ECLI:NL:PHR:2005:AU5435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor doodslag en regelt schadevergoeding immateriële schade
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verzoeker is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor onder meer doodslag, poging tot doodslag en poging tot afpersing tijdens een overval op een supermarkt.
Tijdens de overval bedreigde verzoeker personeel met een vuurwapen, knevelde hen en loste een schot dat dodelijk was voor een van de aanwezigen en ernstig letsel toebracht aan een ander. Het hof achtte bewezen dat verzoeker met opzet handelde, ondanks het verweer dat het dodelijke schot onbedoeld was.
De moeder van het slachtoffer vorderde immateriële schadevergoeding. De Hoge Raad overwoog dat toekenning van immateriële schadevergoeding vereist dat een psychiatrisch erkend ziektebeeld wordt vastgesteld, wat nader onderzoek zou vergen. Daarom verklaarde de Hoge Raad de vordering voor immateriële schade niet-ontvankelijk en beperkte de vergoeding tot materiële schade. Tevens werden betalingsverplichtingen en vervangende hechtenis opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot 18 jaar gevangenisstraf en beperkt immateriële schadevergoeding tot materiële schade wegens complexiteit vordering.