ECLI:NL:PHR:2005:AU3297
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling bedreiging ondanks onrechtmatig binnentreden woning
In deze zaak stond centraal of het onrechtmatig binnentreden door politiefunctionarissen in de woning van de ex-echtgenote van verdachte, zonder geldige machtiging en zonder toestemming, gevolgen had voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De politie trad op ter uitvoering van een vonnis tot aanhouding van verdachte en betrad de woning ondanks weigering van toestemming en het ontbreken van een juiste machtiging.
Het hof oordeelde dat het binnentreden onrechtmatig was en een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde vormde, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM omdat verdachte niet als bewoner van die woning kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verdachte.
Daarnaast werd het verweer verworpen dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was omdat de bedreiging niet geschikt zou zijn om bij het slachtoffer redelijke vrees voor het leven te wekken. De gedragingen van verdachte met een mes werden als voldoende bedreigend beoordeeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dat het cassatieberoep moet worden verworpen en de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf voor bedreiging in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf voor bedreiging ondanks onrechtmatig binnentreden.