ECLI:NL:PHR:2005:AT8250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling tussen biologische vader en niet-erkende minderjarige kinderen ondanks mishandeling moeder
De zaak betreft een verzoek van een biologische vader om een omgangsregeling met zijn niet-erkende minderjarige kinderen. De moeder, die het gezag heeft, verzet zich tegen deze omgangsregeling vanwege een incident van mishandeling door de vader op 24 juli 2000 en de daaropvolgende problematische relatie.
De rechtbank verklaarde het verzoek van de vader aanvankelijk niet-ontvankelijk vanwege zijn agressieve gedrag en het ontbreken van gezamenlijke zorgtaken. Het gerechtshof vernietigde deze beslissing en verklaarde de vader ontvankelijk, stellende dat er sprake is van 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het hof oordeelde dat het incident van mishandeling niet automatisch het recht op omgang uitsluit.
Na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming stelde het hof een beperkte omgangsregeling vast. De moeder stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, stellende dat de omgang ernstige schade aan de kinderen zou toebrengen. De Hoge Raad verwierp het beroep, oordelend dat het hof de belangen van de kinderen voldoende heeft afgewogen en dat de omgangsregeling passend is binnen de context van de situatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen blijft van kracht.