ECLI:NL:PHR:2005:AT7605

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00915/04 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij ongeoorloofd vuurwapenbezit

De aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor ongeoorloofd vuurwapenbezit te Rotterdam op 26 september 2003. Hij stelde dat hij niet de persoon was die was aangehouden, maar dat een ander zijn identiteit had gebruikt. Ter onderbouwing werd onder meer een vliegticket en bagagelabels overlegd waaruit bleek dat hij op die datum op vakantie was op Curaçao.

De Koninklijke Marechaussee trof bij een controle op Schiphol een koffer aan met bagagelabels op naam van de aanvrager, waarin vermoedelijk cocaïne werd aangetroffen. De politie Rotterdam-Rijnmond onderzocht de zaak nader en concludeerde dat de man die destijds was gehoord en gefotografeerd niet overeenkwam met de aanvrager. De politie kon de aanvrager niet herkennen als de verdachte van het vuurwapenbezit.

De Hoge Raad constateerde dat de personalia van de aangehouden verdachte niet waren geverifieerd en dat er een ernstig vermoeden bestond van persoonsverwisseling. Daarom verklaarde de Hoge Raad het herzieningsverzoek gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting.

Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling; zaak verwezen voor nieuwe berechting.

Conclusie

Nr. 00915/04 H
Mr. Jörg
Zitting 14 juni 2005 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Namens [aanvrager] heeft mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Amsterdam, herziening aangevraagd van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter in de rechtbank te Rotterdam van 1 december 2003, met parketnummer 10/103258-03. Bij dat vonnis heeft de politierechter aanvrager wegens, kort gezegd, ongeoorloofd vuurwapenbezit, gepleegd te Rotterdam op 26 september 2003, bij verstek veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar, alsmede tot een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren, subsidiair zestig dagen hechtenis.
2. De aanvrage berust op de stelling dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Gesteld wordt dat de aanvrager niet degene is geweest die op 26 september 2003 in Rotterdam is aangehouden wegens ongeoorloofd vuurwapenbezit, maar een onbekende ander die bij de aanhouding de personalia van de aanvrager heeft gebruikt. De aanvrager zou eerst op 27 september 2003 terug zijn gekomen van een "vakantie" op Curaçao (aanhalingstekens van NJ, gelet op de inhoud van productie 3 bij het verzoek).
3. Ter staving van die stelling is onder meer overgelegd:
- een kopie van een vliegticket van de maatschappij Dutch Carribean Airlines, onder meer inhoudende: "date of issue 16SEP03", "name of passenger [aanvrager]" en in het gedeelte waarin het vertrekpunt en de bestemming zijn aangegeven "Amsterdam K8 2000 L 19SEP LNLAN" en "Curacao K8 2001 L 27SEP LNLAN";
- een kopie van bagagelabels met onder meer de volgende kenmerken "[aanvrager]", "[002]" en "[001]", alsmede
- een kopie van een proces-verbaal, opgemaakt door [verbalisant 3], wachtmeester der Koninklijke Marechaussee en [verbalisant 4], opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee, beiden werkzaam in het Schipholteam, van 29 september 2003, onder meer inhoudende:
"Op maandag 29 september 2003, omstreeks 09.00 uur bevonden wij, verbalisanten, ons op de luchthaven Schiphol (...)
Aldaar werd ik, [verbalisant 3], aangesproken door een medewerker van Aviapartner, onder andere de afhandelingsmaatschappij van de Dutch Carribean Airlines, welke een stuk achtergebleven bagage van de K8 2001 vanuit Curacao ter controle aan wilde bieden. Ik, [verbalisant 3], heb mij vervolgens aan de man gelegitimeerd als zijnde douaneambtenaar en de koffer aan een douanecontrole onderworpen. Aan de koffer was een bagagelabel bevestigd welke ten name was gesteld van [aanvrager] en voorzien van het PNR. [001].
Ik, [verbalisant 3], trof in de koffer, tussen kleding, een aantal flessen aan waarin, volgens het etiket, wijn zou moeten zitten. Ik, [verbalisant 3], heb een van de flessen geopend en rook dat er een sterke chemische lucht van de vloeistof afkwam.
Hierop het ik, [verbalisant 3], middels een van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde testset, de MMC-cocaïnetest, de vloeistof uit de fles getest op de aanwezigheid van cocaïne. Deze test gaf een positieve kleurreactie, zodat aangenomen mag worden dat de aangetroffen stof vermoedelijk cocaïne bevat.
Hierop heb ik, [verbalisant 3], de koffer in beslag genomen en onder mij gehouden. Bij navraag bij Aviapartner bleek dat er op 28 september op de vlucht K8 2001 een passagier een rapport van vermissing van een koffer heeft op laten maken bij Aviapartner, deze passagier was genaamd [aanvrager] en had PNR [001]."
4. Naar aanleiding van een verzoek mijnerzijds heeft de politie Rotterdam-Rijnmond de onderhavige zaak nog eens onder de loep genomen. (Daarmee is veel tijd heen gegaan.) Als gevolg daarvan heb ik onder meer de volgende stukken ontvangen:
- een proces-verbaal, opgemaakt door [verbalisant 1], brigadier van politie, en [verbalisant 2], hoofdagent van politie, van 4 mei 2005, onder meer inhoudende:
als verklaring van de aanvrager:
"U confronteert mij met het feit dat mogelijk iemand anders gebruik maakt van mijn identiteit. Ik kan u verklaren dat ik in het verleden wel eens bekeuringen heb gehad waarvan achteraf bleek dat ik dat niet geweest kon zijn. Het kan dus goed zijn dat er inderdaad iemand gebruik maakt van mijn persoonsgegevens.
U confronteert mij met een politiefoto PL0700:00:333 met daarop de afbeelding van een man.
Ik herken de man die op de foto staat niet.
U zegt mij nu dat deze man in 2002 in Rotterdam van de politie een bekeuring heeft gekregen voor het rijden zonder rijbewijs en dat hij toen bij de politie een valse naam heeft opgegeven. Hierbij heeft hij mijn persoonsgegevens opgegeven. De politie heeft toen ontdekt dat deze man mijn naam had gebruikt.
Nogmaals ik herken deze man niet;"
en als relaas van verbalisanten:
"Aa()n de verdachte [aanvrager] werd tijdens het verhoor een politiefoto genummerd PL700:00:333 getoond. Op deze foto staat een man afgebeeld welke is genaamd: [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats];"
- een proces-verbaal, opgemaakt door [verbalisant 2], voornoemd, van 4 mei 2005, onder meer inhoudende:
"Naar aanleiding van het herzieningsverzoek van de Hoge Raad der Nederlanden werd ik verbalisant op 4 mei 2005 geconfronteer(d) met een verdachte genaamd: [aanvrager] geboren [geboortedatum]/1969 te [geboorteplaats]. Ik herken deze man niet als zijnde de man die ik op 26 september 2003 gehoord heb inzake vuurwapenbezit.
De man die ik destijds gehoord heb was kleiner, forser en gezetter dan deze man.
De persoon op de aan mij getoonde foto genummerd PL0700:00:333 komt eerder overeen als zijnde de verdachte die ik destijds gehoord heb.
Ik kan dit echter niet voor de volle 100% bevestigen."
5. Mede in aanmerking genomen dat het "gegevensblad verdachte", behorende bij het proces-verbaal met parketnummer 10/103258-03, inhoudt dat de personalia van de op 26 september 2003 aangehouden verdachte niet zijn geverifieerd, levert het bovenstaande het ernstige vermoeden op dat inderdaad sprake is geweest van een persoonsverwisseling en dat de politierechter, als hij met voormelde feiten en omstandigheden bekend was geweest, de aanvrager van het tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, teneinde de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG