ECLI:NL:PHR:2005:AT7314
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens verkeerde identiteit bij veroordeling poging vals paspoort
De aanvrager werd bij verstek veroordeeld wegens poging tot het verkrijgen van een vals paspoort. Later werd vastgesteld dat de persoon die op 29 juni 2003 werd aangehouden en op wie de veroordeling was gebaseerd, niet de aanvrager was. Dit bleek uit vingerafdrukken en politiefoto's die niet overeenkwamen.
Daarnaast toonde een proces-verbaal aan dat de aanvrager op de dag van het strafbare feit op zijn werk aanwezig was, wat door een administratief medewerker van zijn werkgever werd bevestigd. De Hoge Raad concludeert dat de politierechter de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben indien deze feiten bekend waren geweest.
De Hoge Raad verklaart daarom het herzieningsverzoek gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling volgens artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof voor hernieuwde behandeling.