ECLI:NL:PHR:2005:AT6383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling op grond van Opiumwet
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de politierechter te Roermond van 24 mei 2004, waarbij de veroordeelde wegens overtreding van de Opiumwet werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. De veroordeling werd bij verstek uitgesproken, omdat de veroordeelde niet was verschenen.
Na de veroordeling bracht de Officier van Justitie stukken naar voren die een persoonsverwisseling vermoeden, waaronder een verklaring van de werkgever van de veroordeelde dat deze op het moment van het bewezenverklaarde feit in Polen aan het werk was, een verklaring over het verlies van het paspoort, en medische gegevens die wijzen op amputatie van beide wijsvingers, wat niet overeenkomt met de door de politie verhoorde persoon.
De politie kon zich de aangehouden persoon niet herinneren en er waren geen foto’s of vingerafdrukken genomen bij de aanhouding. Het onderzoek wijst erop dat de politierechter de veroordeelde waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben als hij op de hoogte was geweest van deze feiten.
Op basis van deze nieuwe feiten concludeert de Procureur-Generaal dat de vordering tot herziening gegrond is en adviseert de Hoge Raad het vonnis te herzien.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de vordering tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en herroept het vonnis van de politierechter.