ECLI:NL:PHR:2005:AT6019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onvolledige administratie met te weinig afgedragen omzetbelasting
De zaak betreft de aansprakelijkheid van de bestuurder van Holland Foodmachinery B.V. (HFM) voor een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1995-1997. De vennootschap was failliet en de belastingdienst stelde de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, waaronder een onvolledige en ondoorzichtige administratie en het stelselmatig te laag aangeven en afdragen van omzetbelasting.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de bestuurder tekortgeschoten was in zijn taak en veroordeelde hem tot betaling van de belastingschuld. Het hof Arnhem bevestigde dit oordeel, wees het bewijsaanbod van de bestuurder af wegens onvoldoende onderbouwing en stelde vast dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur rechtstreeks de oorzaak was van het onbetaald blijven van de belastingschuld.
De bestuurder stelde cassatie in tegen diverse motiveringsklachten, waaronder de onvolledigheid van de administratie, het terugvragen van omzetbelasting en het niet toelaten tot bewijslevering. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd, dat de stellingen van de belastingdienst niet zijn weersproken en dat de bestuurder aansprakelijk blijft. Latere teruggaaf van omzetbelasting doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de belastingschuld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onvoldoende administratie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en wijst het cassatieberoep af.