ECLI:NL:HR:2005:AT6019
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onvolledige administratie
In deze invorderingszaak stond de bestuurdersaansprakelijkheid van eiser centraal op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De Ontvanger van de Belastingdienst had eiser gedagvaard voor een bedrag van ƒ 136.307,-- wegens te weinig aangegeven en afgedragen omzetbelasting.
De rechtbank Arnhem wees de vordering van de Ontvanger toe, welke beslissing werd bekrachtigd door het gerechtshof Arnhem. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 RO Pro.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken waarin was vastgesteld dat eiser als bestuurder aansprakelijk was wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, waaronder een onvolledige en ondoorzichtige administratie en onvoldoende aangegeven omzetbelasting. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestuurdersaansprakelijkheid bevestigd.