ECLI:NL:PHR:2005:AT5525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van huurovereenkomst met opzeggingsverbod door verhuurder
In deze zaak stond centraal of een huurovereenkomst waarbij de verhuurder het recht tot opzegging is onthouden, nietig is wegens het karakter van een 'eeuwigdurend' genotsrecht. De eiser tot cassatie had de huurovereenkomst opgezegd, maar de verhuurder ging hier niet mee akkoord, waarna de zaak voor de rechter kwam. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering van de eiser af, waarna cassatie werd ingesteld.
De Hoge Raad overwoog dat het oude huurrecht, zoals dat gold vóór 1 augustus 2003, geen regel bevat die huurovereenkomsten met een 'eeuwigdurende' looptijd per definitie nietig verklaart. De wetgever had bewust gekozen voor het element 'gedurende een bepaalde tijd' als kenmerk van huur, maar dit sluit zeer lange of zelfs levenslange huur niet uit. De Hoge Raad wees op de maatschappelijke aanvaardbaarheid van langdurige huur en het ontbreken van dwingende redenen om dergelijke overeenkomsten nietig te verklaren.
Ook werd benadrukt dat het feit dat de verhuurder niet kan opzeggen niet automatisch betekent dat de overeenkomst een onverenigbaar 'eeuwigdurend' karakter heeft. Het hof had vastgesteld dat het genotsrecht van de huurder niet eeuwigdurend is, omdat het gebruik van het gehuurde object door natuurlijke ontwikkelingen en economische levensduur beperkt wordt. De Hoge Raad concludeerde dat de vorderingen van de eiser, gebaseerd op de stelling dat de overeenkomst nietig is wegens het opzeggingsverbod, niet kunnen slagen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de huurovereenkomst blijft geldig ondanks het opzeggingsverbod door de verhuurder.