ECLI:NL:PHR:2005:AT5487
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting na verkoop certificaten aandelen en ambtelijk verzuim
Belanghebbende verkocht in 1996 certificaten van aandelen Beheer BV aan zijn kinderen, waarbij de Inspecteur aanvankelijk geen winst uit aanmerkelijk belang in 1996 aanmerkte. Na een gewijzigde aangifte in 1998 legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op. Het geschil betrof het tijdstip waarop de winst genoten werd en of er sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de winst in 1996 werd genoten en dat de Inspecteur pas na ontvangst van de gewijzigde aangifte op de hoogte was van het nieuwe feit. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur eerder had moeten weten van de overdracht, mede door de registratie van de akte bij de afdeling Registratie en Successie, en dat er sprake was van ambtelijk verzuim.
De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de uitvoering van het voornemen tot overdracht en dat de registratie van de akte niet automatisch betekende dat de aanslagregelende Inspecteur op de hoogte was. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat een mogelijk verzuim van de afdeling Registratie en Successie niet zonder meer aan de aanslagregelende Inspecteur kan worden toegerekend, zeker gezien de organisatorische scheiding tussen de eenheden ten tijde van de zaak.
De conclusie is dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond moet worden verklaard en dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.