ECLI:NL:PHR:2005:AT2656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid onteigeningsvordering tegen erfgenamen zonder benoeming derde
In deze onteigeningszaak stond de ontvankelijkheid van de gemeente Sittard-Geleen centraal bij haar vordering tot vervroegde onteigening van percelen die toebehoorden aan overleden eigenaren. De gemeente had de gezamenlijke erfgenamen gedagvaard zonder een derde te benoemen, zoals vereist volgens artikel 20 van Pro de Onteigeningswet.
De rechtbank had het ontvankelijkheidsverweer van de erfgenamen verworpen en de onteigening toegewezen. In cassatie stelde eiser dat de gemeente het procesrechtelijke voorschrift van artikel 20 Ow Pro had geschonden, waardoor de vordering niet-ontvankelijk was. De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukte dat artikel 20 Ow Pro een imperatief voorschrift is dat de benoeming van een derde vereist indien de gerechtigde is overleden.
De Hoge Raad bevestigde dat de onteigeningsprocedure snel moet verlopen en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor afwijkende regels die voorkomen dat de onteigenende partij tijd verliest met het opsporen van erfgenamen. De gemeente had in strijd met artikel 18 en Pro 20 Ow gehandeld door de erfgenamen direct te dagvaarden zonder een derde te benoemen. De conclusie strekte tot vernietiging van het vonnis en tot niet-ontvankelijkverklaring van de gemeente in haar vordering.
Uitkomst: De gemeente is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet benoemen van een derde bij dagvaarding van erfgenamen van overleden eigenaren.