ECLI:NL:PHR:2005:AT1774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende vermoeden persoonsverwisseling bij diefstalzaak
Aanvrager verzocht herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis wegens diefstal op 5 september 2000 bij Hennes & Mauritz te Den Haag. De stelling was dat sprake was van persoonsverwisseling, waarbij aanvragers broer de personalia zou hebben opgegeven bij aanhouding.
Ter onderbouwing werden diverse documenten overgelegd, waaronder brieven van het parket en proces-verbalen van politieonderzoeken. Uit het onderzoek bleek dat de opgegeven personalia van aanvrager correct waren vastgesteld aan de hand van een foto van de vreemdelingendienst. Aanvrager verscheen niet op een afspraak om persoonsverwisseling verder te onderzoeken.
De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet het vereiste ernstige vermoeden opleverden dat de politierechter, indien hiermee bekend, tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom werd het herzieningsverzoek ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.