ECLI:NL:PHR:2005:AS6019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bezit en gebruik niet-toegelaten bestrijdingsmiddelen en vangst beschermde vogels
In deze strafzaak stond centraal of verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben en gebruiken van bestrijdingsmiddelen die niet waren toegelaten volgens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, en het vangen van beschermde vogels in strijd met de Vogelwet 1936.
Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte op diverse momenten in 2001 in verschillende gemeenten niet-toegelaten bestrijdingsmiddelen zoals Picoplast, Talpatox IV, Nesdonal en Lurectron Flow in voorraad had en gebruikte. Verdachte voerde onder meer aan dat Picoplast geen bestrijdingsmiddel zou zijn en dat zij niet wist dat Talpatox niet was toegelaten. Ook werd betoogd dat het gebruik van Nesdonal en Lurectron Flow niet onder de wet viel en dat het vangen van vogels in gebouwen niet strafbaar was.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had terecht geoordeeld dat Picoplast een bestrijdingsmiddel is, ook al kan het effect ook met andere middelen worden bereikt, omdat de bestemming en presentatie op de markt beslissend zijn. Verdachte mocht van een deskundige op het gebied van ongediertebestrijding verwachten dat zij navraag deed over toelating van middelen uit het buitenland. Het gebruik van Nesdonal als bestrijdingsmiddel was ook terecht bewezen verklaard. Het verbod op het vangen van beschermde vogels geldt onvoorwaardelijk, ook binnen gebouwen.
De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van verdachte tot een geldboete met een voorwaardelijk deel en verbeurdverklaring van bestrijdingsmiddelen. De middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete en verbeurdverklaring wegens bezit en gebruik van niet-toegelaten bestrijdingsmiddelen en het vangen van beschermde vogels.