ECLI:NL:PHR:2005:AS3785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onverzekerd rijden met voorlopige dekking en bewijsbrief
De aanvrager werd veroordeeld door de Kantonrechter te 's-Gravenhage tot twee weken hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden wegens het rijden met een onverzekerde auto op 17 juni 2002. De aanvrager kon destijds geen schriftelijk bewijs overleggen dat de auto verzekerd was.
Later bleek uit een brief van de verzekeringstussenpersoon, gedateerd 2 juli 2002, dat er vanaf 4 juni 2002 voorlopige dekking was verleend. Deze brief werd pas na het vonnis aan de aanvrager bekend, mede door onderzoek van de officier van justitie in een andere strafzaak over een soortgelijk feit op 6 juli 2002.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de Kantonrechter, indien hij met deze brief bekend was geweest, het tenlastegelegde feit niet bewezen zou hebben verklaard. Daarom wordt de herziening gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard, tenuitvoerlegging geschorst en zaak verwezen naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.