ECLI:NL:PHR:2005:AR7341
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verplichting werkgever tot loondoorbetaling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en tantièmebetaling
In deze zaak staat de vraag centraal of de werkgever verplicht is het loon aan een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer door te betalen, verminderd met de WAO-uitkering, en of de werknemer aanspraak kan maken op tantièmes over eerdere jaren. De werknemer was sinds 1981 in dienst en ontving naast salaris een 13e maand en tantièmes. Na gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontving hij een WAO-uitkering, maar vorderde aanvulling van zijn loon door de werkgever.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever verplicht was het loon aan te vullen, mede op grond van art. 7:628 BW Pro en art. 67 van Pro de CAO Metaalnijverheid, waarbij het loon over een periode van maximaal 24 maanden moest worden doorbetaald. De werkgever stelde dat de loondoorbetaling beperkt moest blijven tot het loon passend bij de restverdiencapaciteit van de werknemer, en dat de tantièmevordering onbepaald en onbevoegd was.
De Hoge Raad overweegt dat bij onvoldoende concreet aanbod van passende arbeid het loon moet worden vastgesteld aan de hand van de restverdiencapaciteit, aansluitend bij de WAO-schatting. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de loondoorbetalingsplicht op grond van de CAO een periode van 24 maanden betreft. Ten aanzien van de tantièmes oordeelt de Hoge Raad dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd is en dat de toekenning van tantièmes niet zonder meer een discretionaire bevoegdheid van de directie is. De bestreden vonnissen worden vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.