ECLI:NL:PHR:2005:AR6477
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat inspecteur navorderingsaanslag niet mag opleggen zonder afwachten boekenonderzoek
Deze zaak betreft een fiscale eenheid waarin de belanghebbende, een moedermaatschappij, rechten had verworven tot productie van cilinders via licentieovereenkomsten. Na een compromis over aanslagen vennootschapsbelasting 1982-1988 ontstond discussie over een navorderingsaanslag 1993 die de inspecteur oplegde naar aanleiding van een controlerapport uit 1998.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de inspecteur het resultaat van een boekenonderzoek, ingesteld mede naar aanleiding van een rulingverzoek uit 1995, had moeten afwachten voordat hij de aanslag 1993 vaststelde. Het hof oordeelde dat de inspecteur dit had moeten doen en dat hij daardoor een ambtelijk verzuim beging door de aanslag zonder het onderzoeksresultaat vast te stellen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het niet uitmaakt of het boekenonderzoek is ingesteld naar aanleiding van de aangifte of een rulingverzoek. De inspecteur had reden tot twijfel en had het onderzoek moeten afwachten, tenzij sprake was van termijnnoodzaak, wat hier niet aannemelijk is gemaakt.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de navorderingsaanslag deels niet gerechtvaardigd was wegens het ontbreken van een nieuw feit.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de inspecteur het boekenonderzoek had moeten afwachten voordat hij de aanslag 1993 vaststelde.