ECLI:NL:PHR:2005:AR6180
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op bedrog en dwaling bij huurovereenkomst snackbar
Partijen sloten op 6 april 1998 een huurovereenkomst voor een snackbar met een waarborgsom en afspraken over huurbetaling. De huurder vorderde later schadevergoeding wegens bedrog en dwaling, stellende dat de verhuurder onjuiste omzetprognoses had verstrekt om hem tot het contract te bewegen.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat de door de verhuurder verstrekte omzetprognoses niet onrealistisch waren, mede gelet op de omzetcijfers van voorgangers. Het hof wees de vordering af en veroordeelde de huurder in de proceskosten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat onvoldoende feiten zijn gesteld om kwaad opzet van de verhuurder aan te nemen. Ook acht het hof het niet onbegrijpelijk dat het gewicht werd toegekend aan omzetcijfers van opvolgende jaren en niet alleen het eerste jaar. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van de huurder wegens bedrog en dwaling worden afgewezen.