ECLI:NL:PHR:2005:AR5741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onttrekking aan het verkeer van kinderpornografisch materiaal en toetsing aan nulla poena-beginsel
In deze zaak stond de vraag centraal of het Hof terecht het kinderpornografisch materiaal aan het verkeer heeft onttrokken op grond van art. 36d Sr, terwijl het bezit van dat materiaal ten tijde van inbeslagneming nog niet strafbaar was gesteld volgens art. 240b Sr. De Hoge Raad overweegt dat onttrekking aan het verkeer op grond van art. 36d Sr gericht is op het voorkomen van toekomstige strafbare feiten en daarom niet als straf in de zin van het nulla poena-beginsel moet worden beschouwd. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat het materiaal vatbaar is voor onttrekking omdat het kan dienen tot het begaan van soortgelijke strafbare feiten.
Daarnaast is het verweer verworpen dat de strafbaarstelling van het bezit van kinderporno met personen tussen 16 en 18 jaar in strijd zou zijn met art. 8 EVRM Pro. Het Hof heeft gemotiveerd dat deze strafbaarstelling noodzakelijk is ter bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting en dat ook 16- en 17-jarigen strafrechtelijke bescherming behoeven.
Ten slotte heeft de Hoge Raad het beroep op compensatie wegens overschrijding van de redelijke termijn en zoekraken van voorwerpen verworpen. Het Hof heeft geoordeeld dat de procedure binnen redelijke termijn is verlopen en dat er geen grond is voor financiële compensatie, mede omdat de bewaarder bevoegd is tot uitkering van eventuele schadevergoeding.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onttrekking aan het verkeer van kinderpornografisch materiaal en verwerpt de beroepen tegen strafbaarstelling en compensatie.