ECLI:NL:PHR:2005:AR5740
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake onttrekking aan het verkeer van kinderpornografisch materiaal
De zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen kinderpornografisch materiaal. De rechtbank had de vordering gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen, waarbij het materiaal was gesplitst in A- en B-materiaal. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de onttrekking aan het verkeer betrof.
Het hof oordeelde vervolgens dat het gehele inbeslaggenomen materiaal aan zijn beoordeling was onderworpen, omdat het onderscheid tussen A- en B-materiaal niet meer kon worden gereconstrueerd. De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte de omvang van de verwijzingsopdracht heeft uitgebreid en alleen over het A-materiaal had mogen oordelen.
Daarnaast verwierp het hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ondanks onzorgvuldige bewaring van het materiaal. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ook op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het OM toch ontvankelijk is.
Het hof verwierp voorts het beroep op exceptio scientiae en oordeelde dat het bezit van het materiaal in strijd is met de wet en het algemeen belang. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht de huidige wettelijke maatstaf toepaste en dat de onttrekking aan het verkeer op grond van art. 36d Sr geen straf in de zin van het EVRM oplegt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling van de vordering, met inachtneming van de gedeeltelijke afwijzing door de rechtbank.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer.