ECLI:NL:PHR:2005:AR3646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking hof wegens schending hoor en wederhoor bij alimentatiegeschil
De zaak betreft een geschil over de alimentatiebijdrage die de man aan de vrouw moet betalen na hun echtscheiding. De vrouw vorderde een verhoging van de alimentatie vanaf 1 juli 2001, welke de rechtbank toewijst. De man gaat hiertegen in hoger beroep en biedt bewijs aan dat de vrouw betaalde werkzaamheden verrichtte, maar het hof wijst dit bewijsaanbod af wegens onvoldoende concretisering. Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt de man niet, nadat hij vernomen heeft dat zijn advocaat ziek is en een verzoek tot aanhouding heeft ingediend. Het hof besluit de zitting door te laten gaan zonder zijn aanwezigheid en zonder zijn advocaat, en bekrachtigt de eerdere beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onterecht het bewijsaanbod van de man als onvoldoende gespecificeerd heeft afgewezen, aangezien de man concrete getuigen heeft genoemd en toelichting heeft gegeven. Daarnaast is geoordeeld dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door het verzoek tot aanhouding wegens ziekte van de advocaat niet te honoreren en de zaak door te zetten zonder de man en zijn advocaat. De Hoge Raad benadrukt dat bij plotselinge en onverwachte verhindering van een advocaat, die niet in diens of cliënts risicosfeer ligt, de rechter de mondelinge behandeling moet uitstellen. Omdat het hof zijn beslissing niet heeft gemotiveerd en niet heeft getoetst of aan deze criteria was voldaan, kan de beschikking niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden hofbesluit en verwijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling waarbij het beginsel van hoor en wederhoor wordt geëerbiedigd. De uitspraak onderstreept het fundamentele belang van hoor en wederhoor in civiele procedures en de noodzaak van zorgvuldige motivering bij het al dan niet honoreren van aanhoudingsverzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.