ECLI:NL:PHR:2005:AR3174
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van borgingssysteem en kosten in rekening brengen bij melkveehouders volgens Mededingingswet
Deze zaak betreft de vraag of het door De Zeven Provinciën gehanteerde Friesland Coberco Dairy Foods borgingssysteem (FCDF-systeem), waarbij melkveehouders die niet aan de eisen voldoen kosten voor gescheiden ophalen en verwerking van melk moeten betalen, in strijd is met het verbod van art. 6 lid 1 Mededingingswet Pro (Mw).
De feiten betreffen een melkveehouder, lid van de coöperatie De Zeven Provinciën, die weigerde mee te werken aan het FCDF-systeem en daardoor kortingen op het melkgeld kreeg opgelegd. De voorzieningenrechter wees de vordering af, maar het hof Leeuwarden vernietigde dit en oordeelde dat De Zeven Provinciën handelt in strijd met art. 6 lid 1 Mw Pro door feitelijk melkveehouders te dwingen zich aan het borgingssysteem te onderwerpen via substantiële kortingen.
De Hoge Raad stelt vast dat het in rekening brengen van de werkelijke extra kosten voor gescheiden ontvangst en verwerking van melk niet zonder meer in strijd is met art. 6 lid 1 Mw Pro. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de toegepaste korting onredelijk hoog zou zijn of gelijkgesteld kan worden aan weigering tot afname. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de korting zo substantieel is dat het melkveehouders feitelijk onmogelijk wordt gemaakt melk af te leveren zonder FCDF- of KKM-erkenning.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het spoedeisend belang van de melkveehouder bij de vordering niet is komen te vervallen door het aanstaande inwerkingtreden van de Zuivelverordening 2002, omdat de vordering ook betrekking heeft op de reeds verstreken periode en de gevolgen van de verordening nog onduidelijk zijn.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor nadere beoordeling, met name over de vraag of de korting onredelijk is en daarmee een inbreuk op de Mededingingswet oplevert.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nadere beoordeling over de redelijkheid van de korting en mogelijke mededingingsrechtelijke inbreuk.