ECLI:NL:PHR:2004:AR4980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek voorlopige instructiemaatregelen inzake opslag kernwapens op vliegbasis Volkel
Verzoeker wilde een procedure starten tegen de Staat der Nederlanden met als inzet de verwijdering van kernwapens die op de vliegbasis Volkel zouden zijn opgeslagen. Hij verzocht om voorlopige plaatsopneming, een voorlopig deskundigenverhoor en een voorlopig getuigenverhoor om feiten omtrent de opslag, inzet en risico's van kernwapens te onderzoeken.
De rechtbank wees deze verzoeken af en het hof bekrachtigde deze beslissing en veroordeelde verzoeker in de proceskosten. De Hoge Raad bevestigde dat voorlopige instructiemaatregelen slechts kunnen worden toegewezen indien het onderwerp voldoende concreet is omschreven en de belangenafweging niet disproportioneel is.
De Hoge Raad oordeelde dat verzoekers omschrijving van het te onderzoeken onderwerp te ruim en onvoldoende concreet was, waardoor het verzoek neerkwam op een 'fishing expedition'. Ook was het belang van verzoeker onvoldoende rechtmatig, mede omdat de Staat niet betwistte dat kernwapens op Volkel zijn opgeslagen, zodat verdere instructie niet noodzakelijk was.
Het hof had bovendien terecht geoordeeld dat een deskundigenbericht over de rechtmatigheid van kernwapeninzet in deze zaak niet proportioneel was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de kostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke omschrijving van het onderwerp van voorlopige instructiemaatregelen en een zorgvuldige belangenafweging, waarbij het Nederlandse procesrecht geen ruimte biedt voor uitgebreide pre-trial discovery zoals in angelsaksische systemen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker werd verworpen en de afwijzing van de voorlopige instructiemaatregelen werd bevestigd.