ECLI:NL:PHR:2004:AR3296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en bescherming werknemers bij reorganisatie Process House en Hovap
De zaak betreft de vraag of bij de reorganisatie van Hovap en de overdracht van een deel van haar activiteiten aan Process House sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro. [Eiser], voormalig werknemer van Hovap, stelt dat zijn rechten als werknemer zijn overgegaan op Process House, terwijl de rechtbank dit heeft afgewezen.
De feiten zijn dat Hovap haar activiteiten op het gebied van procesinstallaties beëindigde en 43 werknemers ontsloeg, waarvan 24 na sollicitatiegesprekken in dienst traden bij Process House. Process House nam ook activa en lopende projecten van Hovap over. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van overgang van onderneming omdat niet vrijwel al het personeel werd overgenomen, er een selectieprocedure was, en de activiteiten slechts een klein deel van de totale activiteiten van Process House vormden.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank onjuiste rechtsopvattingen hanteerde, met name door te oordelen dat een sollicitatieprocedure uitsluit dat sprake is van overgang van onderneming en dat het belang van overgenomen activiteiten niet afhangt van het aandeel in de totale omzet van de verkrijger. Ook het feit dat werkzaamheden vanuit een ander bedrijfspand worden verricht, sluit overgang niet uit. De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling een globale totaaltoets betreft waarbij alle feiten moeten worden meegewogen.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van de feiten en omstandigheden in het licht van de juiste rechtsregels. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de Wet overgang ondernemingen en de EG-richtlijnen op dit gebied.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de overgang van onderneming.