ECLI:NL:PHR:2004:AR2782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake erkenning Belgische adoptie meerderjarige in Nederlandse burgerlijke stand
De zaak betreft het verzoek van twee zonen en hun stiefmoeder om een Belgische adoptie-uitspraak van meerderjarigen te laten opnemen als latere vermelding in de Nederlandse geboorteakten. De adoptie was in België voltrokken en door het Hof van Beroep te Antwerpen gehomologeerd.
De rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage weigerden de opname van de adoptie-uitspraak in de Nederlandse registers, omdat de adoptie niet voldeed aan het Nederlandse minderjarigheidsvereiste en de Nederlandse wetgeving omtrent adoptie. Daarbij werd ook artikel 8 EVRM Pro betrokken, waarbij werd geoordeeld dat het recht op adoptie niet onder het gezinsleven valt.
In cassatie klaagden verzoekers dat het hof ten onrechte de erkenning van de Belgische uitspraak had gekoppeld aan de juiste toepassing van Nederlands recht, terwijl volgens het Nederlands-Belgisch Executieverdrag alleen een toets aan de Nederlandse openbare orde vereist is. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door een inhoudelijke toets aan Nederlands recht te verrichten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor een nieuwe beoordeling of de Belgische uitspraak voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van het Nederlands-Belgisch Executieverdrag. Daarbij is de conflictenrechtelijke toets uitgesloten en geldt uitsluitend de toets aan de Nederlandse openbare orde.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing en verwijst zaak voor nieuwe beoordeling volgens Nederlands-Belgisch Executieverdrag.