ECLI:NL:PHR:2004:AR2190
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsleidster kinderdagverblijf wegens onvoldoende bewijs voor poging tot moord en mishandeling
In deze zaak stond een groepsleidster van twee kinderdagverblijven terecht wegens poging tot moord, doodslag en mishandeling van zes kinderen gedurende een periode van drie jaar. Het hof sprak de verdachte vrij omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat zij de tenlastegelegde feiten had begaan.
Het hof baseerde zich op medische rapporten waaruit bleek dat de incidenten bij de kinderen waarschijnlijk medische oorzaken hadden, en dat het niet was uitgesloten dat de ziekteverschijnselen door externe medische factoren waren veroorzaakt. Statistische berekeningen toonden een uiterst kleine kans aan dat de incidenten toeval waren, maar het hof stelde dat deze berekeningen alleen als bewijs konden dienen indien werd uitgesloten dat er alternatieve verklaringen waren en er concreet bewijs was voor een causaal verband met het handelen van de verdachte.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof een juiste maatstaf had gehanteerd bij de bewijswaardering en dat de vrijspraak begrijpelijk was. De Raad benadrukte dat statistische bewijzen niet zonder meer tot een veroordeling kunnen leiden zonder concrete bewijzen van schuld. Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie werd verworpen, waarmee de vrijspraak definitief werd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs ondanks statistische berekeningen.