ECLI:NL:PHR:2004:AR0186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor schade varkensfokkerij door bodemverontreiniging nabij voormalige vuilstort
Eiser exploiteerde van 1976 tot 1987 een varkensfokkerij nabij een voormalige vuilstortplaats waarvan de gemeente eigenaar was van een deel van de percelen. Zijn varkens werden getroffen door een ziekte die hem dwong het bedrijf te sluiten. Diverse onderzoeken, waaronder rapporten van DHV en het CDI, wezen op bodemverontreiniging en mogelijke verbanden met de ziekte.
Eiser stelde de gemeente aansprakelijk wegens onzorgvuldig handelen door het nalaten van nader onderzoek naar de bodemverontreiniging en het niet voorkomen van schade. De gemeente voerde verjaring aan en betwistte het causale verband en haar nalatigheid. De rechtbank kende eiser schadevergoeding toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af vanwege verjaring en het ontbreken van onzorgvuldig handelen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de gemeente na 1982 erop mocht vertrouwen dat onderzoek aan de provincie en DHV kon worden overgelaten, mede gelet op de Interimwet Bodemsanering. De gemeente heeft niet onzorgvuldig gehandeld door geen eigen nader onderzoek te verrichten. Het beroep van eiser faalt en de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de gemeente niet aansprakelijk is voor de schade aan de varkensfokkerij.