ECLI:NL:HR:2004:AR0186
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens bodemverontreiniging nabij voormalige vuilstortplaats
Eiser vorderde van de Gemeente Lith vergoeding van materiële en immateriële schade veroorzaakt door ziekteverschijnselen bij zijn varkens, die hij toeschreef aan arseen afkomstig van een voormalige vuilstortplaats op gemeentelijk grondgebied. De rechtbank kende materiële schade toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af.
Het hof oordeelde dat de Gemeente niet onzorgvuldig had gehandeld door na 1982 geen eigen nader onderzoek te verrichten, omdat de Interimwet bodemsanering provinciale overheden als bevoegd gezag aanstelde en de Gemeente mocht vertrouwen op onderzoek door provincie en DHV. Ook werd geoordeeld dat de Gemeente niet aansprakelijk was als eigenaar die de vervuiling niet zelf had veroorzaakt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de klachten over onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van het voorzienbaarheidscriterium. Ook de stelling dat de Gemeente nalatig was door geen geohydrologisch onderzoek te verrichten en de vermeende erkenning van verzuim in een brief werden verworpen. De vordering werd definitief afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schadevergoeding aan eiser.