ECLI:NL:PHR:2004:AQ1086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt tussenbeslissing in Ceteco-affaire wegens onduidelijke motivering wijziging tenlastelegging
In de Ceteco-affaire stond verdachte terecht voor valsheid in geschrift en medeplegen van verduistering met betrekking tot declaraties aan de provincie Zuid-Holland. Het hof wees een gevorderde wijziging van de tenlastelegging af zonder nadere motivering, ondanks dat de wijziging qua tijd, plaats en betrokken personen overeenkwam met de oorspronkelijke tenlastelegging en de strafbare feiten inhoudelijk nauw verwant waren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf niet voldoende had toegepast en dat de afwijzing onbegrijpelijk was. De zaak werd daarom vernietigd voor zover het de afwijzing van de wijziging betrof en verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling. De overige middelen van cassatie, waaronder bezwaren tegen de bewijswaardering en strafoplegging, werden verworpen.
De strafbestemming betrof een voorwaardelijke geldboete van € 25.000 met een proeftijd van twee jaar wegens medeplegen van valsheid in geschrift. De Hoge Raad bevestigde dat de strafoplegging niet onverenigbaar was met de financiële draagkracht van verdachte. De zaak illustreert de noodzaak van een duidelijke motivering bij afwijzing van wijzigingsverzoeken in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van de wijziging tenlastelegging en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling, terwijl de voorwaardelijke geldboete van € 25.000 gehandhaafd blijft.