ECLI:NL:PHR:2004:AP5270
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over vestigingsplaats en feitelijke leiding van een Antilliaanse vennootschap in belastingzaken
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de vestigingsplaats van een vennootschap naar Antilliaans recht, statutair gevestigd te Curaçao. De kernvraag was of de feitelijke leiding van deze vennootschap in Nederland werd uitgeoefend, waardoor zij als binnenlandse belastingplichtige in Nederland zou moeten worden aangemerkt.
Het Hof had geoordeeld dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de feitelijke leiding in Nederland lag en dat de vennootschap derhalve niet in Nederland was gevestigd in het geschiljaar. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast bij de inspecteur ligt en dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de feitelijke leiding door het statutaire bestuur op de Nederlandse Antillen werd uitgeoefend. Daarbij speelde mee dat de vennootschap beperkte activiteiten verrichtte die vooral bestonden uit vermogensbeheer en dat de trustmaatschappij op de Nederlandse Antillen de formele bestuursfuncties vervulde.
De Hoge Raad besprak uitgebreid de criteria voor de vestigingsplaats van lichamen in het belastingrecht, waarbij de plaats van de werkelijke leiding centraal staat. Ook werd ingegaan op de civielrechtelijke noties van bestuur en de invloed van concernverhoudingen. De conclusie luidde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de feitelijke leiding in Nederland lag en dat het Hof de juiste maatstaf en bewijslastverdeling had toegepast. Het cassatieberoep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de feitelijke leiding van de vennootschap in het geschiljaar niet in Nederland was gevestigd, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting in Nederland niet terecht is opgelegd.